De schrijfster en het blok

Het is vijf voor twaalf, letterlijk, en Tom houdt me wakker. Ik moet hem laten afzien en ik weet niet hoe. Een nietsontziende, ziel-verscheurende pijn die hem op de knieën brengt. Hij moet lijden. Hij moet het voelen in elke vezel van zijn lichaam. Het drama dat hem knock-out slaat en verscheurt omdat hij zijn geheim, en dus ook zijn geheim lijden, niet kan delen.

Het is middernacht. Het is al vijf uur geweest en ook acht uur. Maar inspiratie heeft geen notie van tijd. Ik zie af want er zijn deadlines en verlangens om  die ene invalshoek te vinden om letters en woorden en zinnen op het scherm te krijgen. Om terug in het verhaal te kruipen in plaats van er naar te staren. Het is de eerste keer sinds ik vijf maanden geleden begon aan mijn eindwerk, dat ik afstand ervaar ten opzichte van Tom, het hoofdpersonage in mijn roman. Niet omdat ik hem moet laten afzien. Neen, dat is één van de perverse voordelen van een schrijfster. Je mag je personage alles laten doen wat je zelf in real life niet zou doen, durven, goedkeuren.  En liefst nog een stapje verder. Vijf maanden lang heb ik het gevoel gehad één te zijn met hem. Ik voelde wat hij doormaakte, van waaruit hij keuzes maakte, waar hij zich door liet leiden. En nu is hij plots niets meer dan een kennis die voor mij zit, me aanstaart en zegt: ‘Awel, vertel het me nu maar! Wat moet ik doen? Hoe moet ik handelen? Wat moet ik voelen?’ En ik kan enkel zeggen: ‘Ik weet het niet.’ Dus stapt hij op en verdwijnt in de keuken van zijn brasserie.

Al enkele dagen bekruipt me dat vervelende gevoel van twijfel. Misschien heb ik de verkeerde keuze gemaakt. Had ik van Mara mijn protagonist moeten maken in plaats van de antagonist? Ik ben tenslotte ook een vrouw. Haar voel ik nog steeds in mij. Zij wacht, net als ik, op de volgende handeling. Zij zou het wel weten. Haar verhaal is zo klaar als een klontje. Zij heeft keuzes gemaakt. Makkelijke keuzes? Nee. Maar ze heeft gehandeld. En dat doet wat met Tom. Hij ziet er van af. Nog meer dan ik eerst voorzien had. Juf Kaat heeft me er in uitgedaagd. Als lezer wil je meeleven met de personages en dat kan niet als je aan de oppervlakte blijft. Dus Tom moet lijden. En ik moet hem leiden. Misschien is dat het moeilijkste in het hele schrijfproces. Om Tom terug toe te laten in mij, moet ik zijn lijden ook toelaten in mij. Moet ik op zoek gaan naar mijn lijden. Punt. Vraagteken.

Schrijven is zoet wanneer je je in het verhaal verliest en datgene vorm geeft wat er zo ongeduldig uit wil en bitter wanneer je eruit moet halen wat je liever binnenin je houdt.

Komaan Tom, we gaan terug aan de slag. Samen. comfortzone-480x678

 

 

De kick-off van de lezersjury #flp16

IMG_4349BHet startschot is gegeven. Uit handen van Adil El Arbi kreeg ik mijn literair gezelschap voor de komende zes weken. Woensdagochtend  maakte Kathleen Cools de shortlist bekend op radio 1. ’s Avonds deed ze hetzelfde in het gezelschap van de lezersjury in het NTGent.  En ze stelde ons meteen al gerust: ‘echte kleppers zijn er dit jaar niet bij.’ Directeur van Boek.be, André Vandorpe, benadrukte dan weer hoe belangrijk het is om een jury van lezers te hebben. Boeken hebben lezers nodig. Auteurs hebben lezers nodig. En dat zijn wij. Er zit wel logica in, ja. Maar waar iedereen op wachtte was de entrée van de juryvoorzitter. De weergaloze, immer spontane en al glimlachend vloekende Adil El Arbi. Hij stelde niet teleur. Hoewel zijn hoofd nog duidelijk in de States was (hij had net positief nieuws gekregen uit het verre USA), bracht hij een bijzonder gevoel van lichtheid in de ruimte met zijn jongensachtige nonchalance en charme. Eerlijk bekende hij dat lezen niet aan hem besteed is maar dat hij deze boeken meer dan diagonaal zou lezen. En dat hij er streng op zal toezien dat wij met dezelfde ijver onze taak opnemen. Een glaasje rode wijn en een stevige wandeling later zaten we al terug in de trein richting Hasselt. ‘We’ want Mirella, mijn vriendin van toen de vogeltjes nog spraken, hield me gezelschap tijdens de voorstelling. Een doos vol boeken op de schoot. En kriebelende vingers om er aan te beginnen…

In de les (Literaire Creatie) bij Juf Kaat hebben we onlangs geleerd dat het begin van het boek cruciaal is. Het moet je prikkelen, je meezuigen in het verhaal. Met de openingscène doet de auteur een belofte aan de lezer. Iets raadselachtig dat later in het verhaal moet opgelost worden. Met twee uren trein in het vooruitzicht deden Mirella en ik de proef op de som. Mirella begon met Stephan Enter zijn Compassie. Ze ging er al voor door de knieën toen Kathleen Cools de korte inhoud bracht. Ik koos Connie Palmen (Jij zegt het) als opener. Eén van de boeken waar ik stiekem op hoopte dat het er bij zou zijn. Beiden doorstonden de test. Smaakten naar meer. Ook Muidhond van Inge Schilperoord en Malva van Hagar Peeters triggerden ons vanaf de eerste pagina’s. Gek genoeg aarzelden we beiden bij P.F. Thomése. De onderwaterzwemmer nam ons niet mee naar dat plekje waar het spannend is, waar je neus blijft kriebelen van nieuwsgierigheid, waar je handen plakken aan de cover zodat je het niet kan wegleggen. Nochtans ook één van mijn favorieten op de longlist. Er gebeurt veel in elke zin, in een beeldende taal. Dat zet je uiteraard in een prachtige sfeer. Maar het vergt opperste concentratie om het verhaal te zien. Ppff… Ofwel is dit geen boek dat je om 23u ter hand neemt, na een dagje sightseeing en shopping in Gent. Op dit moment scoort hij het minste. Gelukkig gebeurt de beoordeling op basis van meer dan enkel de eerste pagina’s.

En ik kan het niet laten om dit blogbericht op te dragen aan een vrouw waar ik al veel respect voor had, maar waar ik na deze avond absolute fan van ben geworden. Kathleen Cools. De naturel en professionaliteit druipt van haar af. Een aangename stem, smetteloze uitspraak, een vrouwelijke flair zonder het er vingerdik op te leggen. En dat ze de korte inhoud van elk boek uit de losse pols vertelt, toont haar vakbekwaamheid en dat ze haar opdracht au serieux neemt. Knap! En weergaloos straf! Proficiat.

Le fabuleux destin…

De film is al meer dan halfuur ver en mijn mondhoeken blijven onvermoeibaar naar boven krullen. Ik was erbij in de bioscoop ergens aan het begin van deze eeuw en de vele keren erna op TV. Vanavond heeft ze me verrast tijdens het zappen. Amélie Poulain, een jonge vrouw van Montmartre die onbaatzuchtig, met kleine dingen andere mensen gelukkig maakt. Ze groeit op als enige dochter van een afstandelijke arts en een neurotische moeder. Deze laatste sterft al vroeg in Amélies leven doordat een Canadese vrouw van de Notre Dame springt en op haar belandt. Amélie groeit op, afgezonderd van andere kinderen omdat haar vader denkt dat ze een hartafwijking heeft. En toch is de film geen drama. Eerder een romantisch en modern sprookje.

amelie-poulain-bridge-stones-audrey-tautou

Als jongvolwassene gaat Amélie alleen wonen en werkt ze als serveerster in café Les 2 Moulins. Zowel haar collega’s als de stamgasten zijn een bont allegaartje. Op een avond bekruipt haar een benauwd gevoel. Wat als ze voor altijd eenzaam en alleen zal blijven? Ze stoot op een oud, blikken doosje, gevuld met hebbedingetjes van een jongen uit de jaren vijftig. En daarmee ontrolt haar persoonlijke missie, namelijk de eigenaar verenigen met dit kleinood. Ze slaagt in haar opzet. Meer nog, ze ziet dat het hem gelukkig maakt en besluit om haar missie verder uit te breiden. Er zijn nog andere mensen in haar nabijheid die een portie geluk kunnen gebruiken. Maar durft ze ook voor haar eigen geluk gaan?
Als je mijn parcours in de franse les kent, dan verwacht je niet dat ik een Franstalige film zou aanprijzen. Toch doe ik het, voluit. Niet alleen omdat het verhaal zo ingenieus in elkaar steekt, me helemaal meezuigt in de sfeer, in de lichtvoetigheid en in het drama. Ook omdat de cinématografie zo geniaal is. Je kan op elk moment de film op pauze zetten en een postkaart-waardig beeld verschijnt. De attributen zijn zorgvuldig uitgekozen, de lichtinval, de muziek, het camerawerk, digitale truken, … Het klopt als een hart voor zijn eerste geliefde en je kan het alleen maar snappen als je proeft  met je eigen ogen . Geen kruimeltje naturalisme te bespeuren, ver weg van de ‘Dogma95’-filmbeweging, ingeluid en tevens ten grave gedragen door Lars Von Trier. Jean-Pierre Jeunet creëert een wereld waarin je wegdroomt, waar een nachtlamp in de vorm van een varken ’s nachts praat met de gans op het schilderij, wolken wegdrijven in de vorm van konijnen en historische figuren je tijdens een TV-uitzending persoonlijke raad geven. Ja, ik ben fan. En nieuwsgierig. Ik ben indertijd dan ook gezwicht voor ‘Delicatessen’, zijn debuutfilm van tien jaar eerder. Nagenoeg in dezelfde sfeer met zelfs hier en daar terugkerende elementen: slakken op porceleinen kabouters, langspeelplaten en zwart-wit TV. En later kwam het oorlogsdrama ‘Un long dimanche de fiançailles’met opnieuw de fabuleuze Audrey Tautou.

Ik hou van het poetisch realisme en de naïviteit waarmee Jean-Pierre Jeunet zijn films zo overvloedig kruidt. En nu ik dit zo allemaal neerschrijf, is er één vraag die mijn gedachten continu doorkruist. ‘Vond ik hem toen in de bioscoop al zó mooi?’

De trailer… want je bent vast nieuwsgierig!

En laat me weten wat je ervan vindt.

Fintro Literatuurprijs

fintr

Ik heb vandaag ontdekt dat ik geselecteerd ben voor de lezersjury van de Fintro Literatuurprijs (voorheen de Gouden Boekenuil). Wat een heerlijk nieuws! Vandaag pas ontdekt, terwijl ik vorige week vrijdag al de bevestiging heb gekregen. Het zegt iets over mijn band met outlook. Ik probeer de belangrijke mails (van school, betreffende mijn freelance-opdrachten,…) zo nauwgezet mogelijk op te volgen. Maar al de rest moet al eens wat stof kunnen verdragen. De bezige bij die ik ben, kan niet altijd evengoed overweg met de drukte van mijn mailbox. Maar ik ga hier geen klaagzang starten over spam en aanverwanten. Ik wil het hebben over de lezersjury. Het derde jaar dat ik mij kandidaat stel, het eerste jaar dat ik eerder nonchalant het aanvraagformulier heb ingevuld. Ik had voor mezelf uitgemaakt dat ik dit jaar niet zou deelnemen. Er lagen nog voldoende projecten op me te wachten. Nieuwsgierigheid deed me de das om. Door de naamsverandering van de prijs ging ik toch een kijkje nemen op de website. Zou de procedure hiermee ook veranderd zijn? Andere vragen? Andere randvoorwaarden? Om dat voldoende onder loep te kunnen nemen, moest ik mijn gegevens ingeven. Je kent dat wel, eerst drie vragen en dan doorklikken op ‘volgende’ enzovoort. Alles was hetzelfde. Zelfs de laatste vraag, waar je wordt gevraagd om jouw unieke bijdrage te omschrijven. Ik herinnerde me dat ik bij de voorgaande edities zwoegde op deze vraag. Nadenkend over argumenten die toch maar zouden aantonen dat ik onontbeerlijk (of op zijn minst een belangrijke meerwaarde) zou zijn voor de lezersjury. Ze zaten niet op mij te wachten.

Ik had kunnen stoppen op dit punt. Het had gekund.

Languit lag ik in de zetel, laptop op mijn schoot (zoals bedoeld J), in volle worsteling met mezelf. En het was niet de drang om dit af te ronden (zoals het hoort), of er absoluut bij willen zijn. Integendeel zelfs. Nee. Mijn nieuwsgierige ik nam hier het voortouw. Zou ik er deze keer wel kunnen bijzijn? De inschrijving niet afronden betekende dat ik het nooit zou weten. Die gedachte… Ai. Ik besloot de laatste vraag, waarom de lezersjury niet zonder mij kan, te beantwoorden. Ik besloot ook om er mijn hoofd niet over te breken want de noodzaak was er deze keer niet om bij de gegadigden te zijn. Hoe contradictorisch dit misschien ook klinkt. Hoofd leeg en vingers op de toetsten. Dit verscheen op het scherm:

Ik ken de kneepjes van Slow Reading dankzij Kaat. Kaat Vrancken.

Ik ken ze. De kneepjes en Kaat.

En dat zegt alles.

Wat zegt dit nu? Dat ik er bij ben! Adil El Arbi en de andere 99 juryleden, ik ben er klaar voor. Misschien nog even in mijn agenda duiken om leesmomenten in te plannen. Of misschien ook niet.

De twintig boeken van de longlist vind je hier online. Op 6 april worden de vijf boeken van de shortlist bekend gemaakt. Welke mag er van jou al zeker bij zijn?

Connecting the dots

IMG_4251

Spannend! Mijn eigen blog. En wat het nog spannender maakt is dat ik voor een keer niet heb nagedacht over een concept, een kader, een voorbereiding, een lijst van do’s en don’ts,… Ik ben gesprongen met veel goesting en enthousiasme. Me niets aantrekkend van wat kan of wat voorgeschreven staat. Een geschenkje voor mezelf op de avond van mijn veertigste verjaardag. Met niets meer of minder in gedachten dan een ode aan vrouwen die veertig worden of zijn. Mezelf in de hoofdrol, uiteraard. Hier is hij dan. Ongepolijst. Onvoorbereid. On-t-moetend.

Een vrouw die veertig wordt. Het is een ongemakkelijk gegeven. Ik zie vriendinnen van mij hun veertigste verjaardag omhullen in stilzwijgen, hopend dat het stilaan zal weggaan… Voor anderen is het een dag als een ander. Ik beweer niet dat ik er op gewacht heb. Maar ik wil wel het onvermijdelijke omarmen en ja, ik wil het ook vieren. Wat als ‘veertig’ je zelfkennis en rust en genieten van brengt? Wat als ‘veertig’ durf en daadkracht inhoudt? Wat als ‘veertig’ je  vleugels geeft? Ik ga het ontdekken. En misschien jij wel met mij! Lijkt je dat iets?

Verder ga ik niet teveel over mezelf vertellen. Laat deze blog een ontdekkingstocht zijn voor jezelf en naar mij. Als je alle berichten en posts met elkaar verbindt, krijg je vast wel een goed beeld van wie ik ben en waar ik van houd.

En mijn (eerste) advies aan vrouwen van veertig: voelt het goed, dan is het goed!

* inspirerende spreuk van Pablo Picasso, te bewonderen op een binnenmuur van het CCHA